Vervlogen ambiTies: een interview met Thomas Krol

28 oktober 2020 0 Door Ties Wijntjes
Leestijd: 4 minuten

Dit artikel schreef ik eerder voor de FLITS, het clubblad van A.S.S.W.S.V. SKITS.

Topsport. Ik vind het prachtig. De toewijding van de atleet, spanning rond de wedstrijd en de emoties die ermee gepaard gaan fascineren mij enorm. Stiekem zou ik zelf ook heel graag topsporter zijn en fantaseer ik ook wel over het rijden van de Tour de France. Maar, ik weet heel goed dat dat nooit gaat gebeuren. Desalniettemin ben ik benieuwd hoe het is om voor de sport te leven, en daarom ga ik in deze serie in gesprek met zij die de top wél hebben gehaald. Deze keer: schaatser Thomas Krol.

Hoi Thomas, hoe gaat het?
Goed hoor. Ik ben net weer terug in Nederland na een goed trainingskamp in Italië. We zaten in Cecina. Er zijn mooiere regio’s om te fietsen maar je hoort mij echt niet klagen.

Heerlijk lijkt me dat. Op trainingskamp je hobby uitoefenen, voor je werk. Hoe is dat?
Heel bijzonder. Het is altijd mijn droom geweest om er mijn beroep van te maken en ervan te kunnen leven. Toen ik voor het eerst een contract kreeg was het ook echt een opluchting. Mijn ouders hebben me altijd heel erg ondersteund en het was fijn dat ik niet meer afhankelijk was van hen. Ik realiseer me nog altijd dat het allesbehalve vanzelfsprekend is: je komt op mooie plekken, alles wordt voor je geregeld en je doet wat je het liefst doet. Dat is een voorrecht.

En nu ook nog eens met je beste vrienden.

Ja, dat is fantastisch. De sfeer in de ploeg is dit jaar heel goed, dat helpt ook echt bij de trainingen. Kijk, als je geen zin hebt om te fietsen maar je hebt om 9 uur met je ploeggenoten afgesproken ga je toch om 9 uur fietsen. Met Dai Dai, Kai en ook de jongens van de Academy hebben we zo veel lol, dat helpt echt om net dat stukje verder te gaan.

Maar toch blijft het in training keihard werken, lijkt me? Ben je daar soms niet helemaal klaar mee.

Ja, tuurlijk. Dat soort momenten heeft iedereen. Het is echt niet dat ik iedere ochtend opsta en denk ‘nou, wat heb ik zin om te trainen.’ Er zijn ook dagen dat ik heel blij ben als de training er weer opzit. Dat hoort erbij, maar het is belangrijk dat je dan zo goed mogelijk je schema blijft uitvoeren. Gelukkig zijn die dagen in de minderheid. Ik denk ook dat als dat te vaak gebeurt dat je intrinsieke motivatie te laag is en dat je gewoon moet stoppen.

Aan de andere kant, als de training goed gaat, gaat alles dan ook beter lopen voor je gevoel?
Ja, zeker, maar ik heb ook geleerd dat dat gevoel niet alles zegt. Ik heb vaak genoeg op miraculeuze wijze wedstrijden gewonnen terwijl ik me de dag tevoren afvroeg of ik me ergens kon uitschrijven omdat ik dacht dat het drie keer niks ging worden. Het is lekker als je in een soort opwaartse spiraal zit. Dat is wel een recept om goed te presteren, maar zeker geen garantie.

Wat zijn nou de grote nadelen aan het topsportleven?

Je bent veel weg van huis. Vorig jaar was ik 220 dagen in het buitenland. Het scheelt dat ik thuis geen kinderen heb of zo, maar toch is het wel vermoeiend als je je koffers uitpakt en twee dagen later weer vertrekt. Het ergste wat ik ervoor heb moeten laten is de crematie van mijn opa. Hij was m’n grootste fan en had het alleen maar mooi gevonden dat ik gewoon ben gestart. Ik heb die race uiteindelijk gewonnen, maar dat soort opofferingen zijn gewoon klote.

Het is soms echt net werken, het is niet alleen voor de lol. Vaak ga je één dag van tevoren naar een wedstrijd toe, zit je maar in je hotel en sta je stijf van de wedstrijdspanning. Je ziet alleen de baan, het is niet dat je even vrije tijd in de stad hebt. Dat is nog steeds heel gaaf, maar je kan niet even wat leuke dingen gaan doen. Het is echt presteren en daarna gelijk weer terug naar huis. Die wedstrijddruk zal ik nooit missen.

Dat klinkt lastig inderdaad. Ik kan vrijdagavond gewoon nog een biertje drinken en zaterdagochtend aan de start staan. Vind je het niet lastig om altijd maar die focus te hebben?

Zeker, maar we laten ook heus weleens de teugels vieren hoor, vooral in de zomer en de rustperiode. Zelfs in de winter, als je goed gepresteerd hebt en de week daarna niks hebt, gaan we wel een keer met de ploeg een drankje drinken. Het scheelt ook dat ik al sinds zeventien, achttien jaar oud niet anders gewend ben en mijn vrienden ook allemaal schaatsers zijn. In de rustperiode misdraag je je dan één of twee keer tijdens het uitgaan en dan ben ik er ook wel weer een beetje klaar mee, haha.

Denk je dat misschien wel een van de sleutels tot succes is? Dat je zelf die balans kan bewaren van wat moet en wat leuk is?

Ja, ik moet gewoon goed in me vel zitten en daarvoor heb ik wat ontspanning nodig, anders houd ik het niet vol. Ik heb weleens meegemaakt dat ik met wat ploeggenoten naar de kroeg ging en een aantal jonge schaatsers met open mond naar ons keken toen we een biertje dronken. Die kwamen naar ons toe om te vragen of dat wel mocht. Er wordt soms vergeten dat wij ook gewoon mensen zijn en het leuk willen hebben. Begrijp me niet verkeerd: het is geen feestleven, allesbehalve zelfs, maar af en toe heb je die uitlaatklep nodig.

Laatste vraag: hoe is het om te zeggen dat je de beste van de wereld bent?

Poeh. Onwerkelijk vooral. Op dit moment kan ik het ook niet zeggen, maar na mijn wereldtitel liep ik wel eens een ijsbaan binnen en dacht ik: ‘van al deze mensen, ben ik de snelste 1500meter rijder.’ Het is niet dat ik dat van de toren hoef te blazen, maar dat zijn wel dingen dat je denkt ‘goh, dat is best bijzonder eigenlijk’. Dat maakt me natuurlijk ook heel trots.

En nu maar hopen dat er wedstrijden zijn komende winter

Ja. Als we vier weken in quarantaine moeten om World Cups te kunnen rijden, gaan we dat ook gewoon doen natuurlijk. Het is een financiële kwestie voor de ISU, maar ze stonden er positief tegenover. Laten we hopen dat het kan, want anders is het funest voor de sport.

Heel veel succes, ik ben benieuwd naar je prestaties!

Ik ook, haha. Bedankt.