Een mythische dag

Een mythische dag

1 augustus 2020 0 Door Ties Wijntjes
Leestijd: 5 minuten

De Mont Ventoux is een bijzondere beklimming. Eenzaam torent hij uit boven de provence, met het karakteristieke rood-witte weerstation op de top. Het kale maanlandschap maakt het een unieke berg, en op een mooie dag zie je vanaf de top de alpen. De Ventoux is ook onderdeel van de rijke geschiedenis van de Tour de France. Het was het decor waar Tommy Simpson het leven liet, waar Eros Poli vriend en vijand verbaasde door met zijn 85 kilo een bergetappe te winnen en waar Chris Froome in ongekende chaos zonder fiets de berg oprende.

Ook voor mij persoonlijk is het een speciale plek. Het was de allereerste serieuze beklimming die ik op fietste, in 2017, toen ik er met een vijftal vrienden op examenreis was. Het is de berg waarvoor ik begon met fietsen, en waardoor ik van het klimmen ben gaan houden. In de zomer van 2019 ging ik er terug naartoe op reis met SKITS. Onderweg naar de Provence zagen we Mike Teunissen voor het eerst in 20 jaar naar de gele trui sprinten, en eenmaal aangekomen bij het vakantiehuis keken we over de lavendelvelden uit op de kale berg. Het grote doel die week was de Cinglé du Ventoux: op één dag de drie verschillende beklimmingen van de Mont Ventoux fietsen. Het was niet die dag, maar juist een tweetal dagen eerder dat de berg zijn mythische status voor mij bevestigde.

Twee dagen eerder in de prachtige Gorges de la Nesque

Het is onze derde dag in de Provence en we besluiten de avond tevoren om de Ventoux te beklimmen vanuit Malaucène, een zijde die mij nog onbekend is. Als we met z’n achten vertrekken is het lichtjes aan het miezeren en zien we in de verte nog wat onweer. Uitvoerige bestudering van het weerbericht sterkt mij echter in de gedachte dat het droog gaat worden. Met nog geen tien kilometer op de teller hebben we de eerste lekke band. Het kan de pret niet drukken dus rijden we na snelle bandenwissel door naar Bédoin om een kopje koffie te drinken en een taartje te eten. We schuiven aan op een behoorlijk ongezellig terras maar krijgen goede koffie voorgeschoteld en de bakker aan de overkant heeft lekkere frambozentaartjes. Na een half uur besloten we door te gaan. Over de Col de la Madeleine rijden we richting Malaucène voor het hoofdgerecht.

Zodra de klim start rijden we allemaal op ons eigen tempo omhoog. Door een feestje de avond tevoren zijn mijn benen niet al te best, maar ik geniet met volle teugen: de temperatuur is aangenaam en het wegdek loopt omhoog. Naarmate de klim vordert worden de stroken steiler maar begin ik beter in mijn ritme te komen. Bij Mont Serein, een skistation ongeveer 6 kilometer onder de top, zie ik in de verte behoorlijk donkere wolken aankomen. Op dat moment maak ik me er nog geen zorgen om en trap ik gestaag door. Ik haal een e-bike in en zie voor het eerst de top. Tegelijkertijd voel ik de wind merkbaar opsteken. Opeens begrijp ik waarom het de winderige berg heet.

Met nog twee kilometer te gaan slaat het weer om. De wind voelt plotseling als een zuidwester in de polder, en wind en hagel komt met bakken uit de lucht vallen. Tien minuten later kom ik boven en zoek ik beschutting in het souvenirwinkeltje. Ik heb maar kort door de regen gefietst maar heb het enorm koud, en maak me enige zorgen om mijn clubgenoten die nog op de berg zitten. Ik twijfel of ik terug moet fietsen maar besluit boven te wachten om te checken of iedereen boven komt. Op dat moment word ik gebeld door de eigenaar van ons vakantiehuis. Hij probeert me in het Frans duidelijk te maken dat ons feestje van de avond tevoren iets te luidruchtig was, maar ik kom niet uit mijn woorden en begrijp ook weinig van wat hij zegt. Met veel pijn en moeite leg ik uit dat ik doorweekt op de top van de Mont Ventoux sta, dus hij stelt voor later terug te bellen.

Eén voor één komen m’n fietsmaatjes boven. Ik gebaar ze binnen te komen en sluit de deur snel achter ze om de warmte binnen te houden. “Vous êtes notre nouveau portier?” Vraagt de winkeleigenaar grappend, voor het eerst lach ik weer een beetje. Als nog één dame niet boven is besluiten bestuursgenootje Johannes en ik terug af te dalen en haar tegemoet te fietsen. Met z’n drieën fietsen we de laatste 2,5 kilometer omhoog. Ik heb het bepaald niet warmer gekregen want het waait en hagelt nog altijd. Op de top moeten we zelfs om enkele fietsen heen zigzaggen die door de wind omver zijn geblazen.

Een chaotische groepsfoto op de top

In het souvenirwinkeltje vind snel overleg plaats. Ik stel voor snel een foto te nemen en dan af te dalen “Okay, opwarmen bij Chalet Reynard?” stelt iemand voor. “Ja”, antwoord ik. We stormen naar buiten, laten een andere wielertoerist een foto nemen en springen op de fiets. Het hagelt en regent ondertussen nog keihard maar desalniettemin stort ik mijzelf met snelheden boven de 70 kilometer per uur – god zegene schijfremmen – naar beneden. Uit frustratie schreeuw ik een aantal keer in het luchtledige, het verandert niks aan de situatie maar voelt toch even fijn. Naarmate we dalen voel ik de temperatuur al iets stijgen maar mijn armen, benen en borstkas blijven door de kou trillen als een rietje, en ik moet moeite doen rechtovereind te blijven zitten.

Eenmaal aangekomen bij Chalet Reynard duiken we het café in en bestellen we zo snel mogelijk warme chocomel. Iedere keer als de voordeur open gaat raast er een wind langs mijn natte kleding die voelt als een winterse storm, en me herinnert aan de stortbui waar ik doorheen ben gefietst. Ik pak de warme chocomel op die ondertussen voor mij neergezet is, en langs de zijkant van het glas lopen enkele druppels naar beneden die door mijn trillende handen eruit geschud worden. Nog altijd heb ik het koud, dus ik bestel snel nog een warme chocomel.

Een aantal van onze medefietsers besluiten zich op te laten halen met de auto. Een zestal, waaronder ik, kiezen ervoor om verder af te dalen. Met tegenzin lopen we naar buiten om te kijken of er tussen de bakken met afgeprijsde wielerkleding iets ligt om ons warm te houden. Alles wat ik door mijn handen laat gaan lijkt maat XL of groter te zijn, dus beteuterd strompel ik weer naar binnen. Naast ons is een medewerkster van het café aan het schoonmaken, en als ze even weg is pakken Johannes en ik een vuilniszak om onder ons shirt aan te trekken. Het is onderwijl gestopt met regenen dus we verzamelen ons laatste beetje moed en besluiten onze rit voort te zetten naar Sault.

Ik vertrek met een ferme sprint om wat op te warmen en zodra we beschut onder de bomen aan de afdaling beginnen voelt het al wat warmer. Zoals wel vaker die week rijd ik achter Johannes aan in de afdaling, die zich als een begaafd coureur door de bochten wringt. Niet voor niets noem ik hem die week regelmatig de baksteen van Valkenswaard. We warmen snel op en we vliegen weer met een brede grijns over de inmiddels droge wegen naar Sault. We zetten op het laatste stukje dalende lijn nog even aan om nog één keer topsnelheid te halen en niet veel later stoppen we bij een afvalcontainer om ons weer te ontdoen van de vuilniszak.

Als we tien minuten later weer compleet zijn stappen we weer op de fiets. De zonnestralen strelen de wijngaarden, en als we door Sault fietsen genieten we van de vergezichten. Iedereen is heelhuids van de berg afgekomen en het leven lacht ons weer toe. We begeven ons in een rustige draf naar huis en napratend over deze bijzondere ervaring zijn we het over één ding eens: deze rit zullen we nooit vergeten.