De pannenkoek

1 augustus 2020 1 Door Ties Wijntjes
Leestijd: 5 minuten

De pannenkoek. Voor menig wielrenner een ware evergreen tijdens een lange rit, zelfs talloze profwielrenner doen zich er met enige regelmaat aan te goed tijdens een lange training. De gemiddelde pannenkoek in een restaurant is goed voor ruim 500 calorieën en 60 gram koolhydraten, iets minder specifiek: genoeg energie om een hongerklop te verslaan en weer een paar uur door te kunnen trappen. Een Oerhollands gerecht wat ik als vanzelfsprekend beschouwde, tot voor kort, toen mijn zoektocht naar een pannenkoek eindeloos leek te duren.

In aanloop naar m’n bikepackingvakantie door de Alpen besluit ik een lang weekend aan te grijpen om mijn lichaam en de bepakking te testen. Halverwege juni stap ik met een behoorlijk punthoofd op de fiets voor een vierdaagse minivakantie door Nederland. Ik heb een licht briesje mee dus hoef de eerste 50 kilometer onderweg naar Amersfoort gelukkig niet al te hard te werken. Eenmaal aangekomen bij mijn ouders zet ik het koffiezetapparaat aan voor een forse dosis caffeïne, en terwijl het apparaat opwarmt drink ik alvast een colaatje voor de broodnodige suikers.

Twee espresso’s, een colaatje en een verpakking Zaanse huisjes later stap ik met een bups extra bepakking op de fiets richting Nijmegen. De temperatuur is aangenaam en de zon schijnt, en met het verdwijnen van de kater wordt de rit alsmaar leuker. Ik besluit een ommetje te fietsen over de Utrechtse Heuvelrug, de Betuwe – waar ik verse Frambozen scoor – en langs Oosterbeek, waar ik bij een nicht een korte tussenstop maak alvorens ik de laatste kilometers naar het Havana aan de Waal afwerk. Na een snelle douche trek ik met neef Milán naar de lokale Griek voor een goede portie Gyros en Gigantes: zogenaamde Griekse reuzenbonen. Dag één zit er na een wat moeizame start op en vol goeie moed kijk ik uit naar de etappes die komen gaan.

Met diezelfde goede moed vertrek ik zaterdagochtend richting Beek en Dal. Ik heb van tevoren een route gepland die me door Duitsland brengt en over een aantal heuvels, om te testen hoe het is om bergop te fietsen als je opeens tien kilo extra mee moet sleuren. Eenmaal Duitsland ingefietst zit de vaart er nog niet echt in, en blijf ik mezelf overtuigen dat ik gewoon nog op gang moet komen. De eerste twee uur blijven m’n benen een beetje tegenstribbelen, maar de mooie omgeving maakt dikwijls een hoop goed.

Na iets meer dan 45 kilometer rijdt ik de klim naar Hoch Elten op, waar ik op de top wordt begroet door een Pannenkoekhuys. Even wil ik stoppen om een dikke pannenkoek met een overdadige hoeveelheid stroop naar binnen te werken, maar ik vind het nog te vroeg in de rit om te lunchen, en aangezien ik bijna Nederland weer inrijdt verwacht ik nog genoeg pannenkoekenrestaurants tegen te komen. Als ik een half uur later wél klaar ben voor de lunch besluit ik dat het toch een pannenkoek moet worden. Ik rijd nog een tijdje door maar zie geen café noch pannenkoekenrestaurant wat voldoet aan m’n wensen dus besluit ik in Etten bij het eerste de beste café te stoppen, voordat ik weer tien kilometer verder ben.

Als ik eenmaal zit blijkt dit ook écht het eerste de beste café te zijn. Op de kaart prijkt naast wat frisdrank, koffie en een aantal alcoholische versnaperingen alleen een portie friet of bitterballen. Shit, geen pannenkoek, een slechte dag lijkt alleen nog maar slechter te worden. Wie is nu de pannenkoek? Navraag leert dat een broodje gezond wel tot de mogelijkheden behoort, dus met wat koolhydraten in het vooruitzicht besluit ik daar maar voor te gaan. Even snel als ik die beslissing maak baal ik ervan als het desbetreffende broodje gezond mij wordt voorgeschoteld: een klef wit bolletje met een plakje kaas, halfbevroren ham en wat tafelzuur blijkt het hoogst haalbare te zijn.

Teleurgesteld schuif ik het broodje naar binnen en besluit ik zo snel mogelijk weer door te gaan want er staan mij nog een kleine drie uur fietsen te wachten. De eerste kilometers verlopen moeizaam maar beetje bij beetje lijk ik toch mijn benen terug te vinden. Ongeveer 40 kilometer na de lunch besluit ik in Groenlo te stoppen bij een bakker, waar ik gelukkig niet teleurgesteld wordt. Het was geen pannenkoek, maar een appelgebakje en een verse croissant zorgen voor frisse zin en energie om door te trappen naar de bestemming van die dag: Enschede. Na ongeveer vier uur fietsen begin ik dan eindelijk een lekker ritme te vinden. Zelfs een schapenkudde kan me niet tegenhouden, en als ik de laatste kilometers door Seth op sleeptouw wordt genomen kom ik toch enigszins ontspannen aan in Enschede.

Als ik wakker word voor de derde etappe, naar Heerenveen, kijk ik door de ervaring van een dag eerder met frisse tegenzin op tegen de start. Gelukkig krijg ik de eerste dertig kilometer een lift van mijn broer en drie anderen. Vanaf de voet van de Holtenberg sta ik er weer alleen voor. De eerste meters omhoog besluit ik een beetje aan te zetten en voel ik mij verrassend goed, de kilometers die volgen over de Sallandse Heuvelrug vlieg ik voor mijn gevoel: het tij lijkt te keren. Die gedachte doet gelijk wonderen, want ik fiets gemiddeld bijna vier kilometer per uur harder dan de dag ervoor.

Ik wil niet te vroeg juichen want de rit is in mijn optiek echt geslaagd als de zoektocht naar een pannenkoek vandaag wel succesvol is. Ik besluit vandaag iets kritischer te zijn op mijn lunchlocatie en stop na negentig kilometer bij iets wat op een landgoed lijkt en waar ik vermoed goed te kunnen lunchen. Als ik vraag of er plek is krijg ik een plekje aan de buitenbar aangewezen. Het is nog vroeg op de middag dus het personeel is de voorbereidingen aan het treffen voor, naar wat ik opvang, het eerste volgeboekte terras sinds 1 juno.

Tot mijn schrik tref ik op de kaart geen pannenkoek aan. Ik ben blijkbaar ergens gaan zitten waar ze alleen maar koken op een BBQ. Desalniettemin is de chef bereid iets te proberen. Na een paar minuten zet hij op goed geluk een pan met een poffertjesbeslag erin op de BBQ. Enkele minuten verstrijken als hij een eerste poging waagt om de pannenkoek om te draaien. Gelijk wordt duidelijk dat de pannenkoek ongeveer even sterk is als een kaartenhuis. Nog eens vijf minuten later ligt er een hoopje deeg op een bord waar de kok zich voor verontschuldigd. Mijn ogen lijken het niet te zien en ik begin als een verhongerd kind te eten. Ik bijt door een knapperige korst terwijl stroop mijn tong streelt en ik zijdezacht poedersuiker proef. Nog nooit smaakte een pannenkoek zó lekker.